|
OPEN FORUM - FORUM OUVERT |
|
Inrichtend Comité “Dag der Zeelieden” Huldiging aan het Monument der Zeelieden 05 september 2009
Toespraak Voorzitter Kapt.l.o. R. Smet Mijnheer de Vertegenwoordiger van de Koning, mij valt de uitzonderlijke eer te beurt U te mogen verwelkomen in de Antwerpse metropool ter gelegenheid van deze traditionele jaarlijkse plechtigheid. Ik houd er aan u zeer hartelijk te bedanken voor uw aanwezigheid. De belangstelling van onze Vorst voor het maritieme gebeuren is ons wel bekend. Zijn militaire opleiding in onze Marine zal daaraan zeker niet vreemd zijn . Zelfs reeds als jonge Prins gaf hij in de Senaat op 11 maart 1958 een zeer opgemerkte toespraak in verband met het haven- en maritieme beleid.
Wij groeten en danken voor hun aanwezigheid de Vertegenwoordigers van kerkelijke, militaire en burgerlijke Overheden., alsmede de Leden van het Diplomatiek en Consulaire Corps. Uw aanwezigheid stellen wij zeer erg op prijs. De talrijke opkomst van de vertegenwoordigers van de maritieme en aanverwante sectoren verheugt ons ten zeerste, alsook deze van de familieleden en vrienden van de zeelieden die overleden zijn bij de uitoefening van hun beroep tijdens de vijandelijkheden van beide wereldoorlogen of in vredestijd. Ook een hartelijk welkom voor de oud-zeevarenden en de nu nog actieve zeelieden, et la présence de nos compatriotes francophones et nos amis du Grand Duché du Luxembourg est très appréciée. Het is reeds een gevestigde traditie geworden om tijdens deze jaarlijkse plechtigheid hulde te brengen aan enkele verdienstelijke zeevarenden of oud-zeevarenden van onze Marine of Koopvaardij. Toch moeten we hier nogmaals onderstrepen dat voor het grote publiek de inzet van onze zeelieden van Marine en Koopvaardij tijdens de oorlogsjaren meestal weinig of niet gekend is. Het was ook beschamend dat de zeelieden die tijdens de vijandelijkheden gediend hebben aan boord van gewapende Belgische koopvaardijschepen, in dienst van de geallieerden, slechts vanaf het jaar 2000 gerechtigd waren de “morele eretitel van militair” te voeren. Uit de curricula die ons werden overgemaakt door de Marine en maritieme organisaties zoals het Koninklijk Belgisch Zeemanscollege en het Koninklijk Gallois Genootschap, heeft het Organiserend Comité drie zeeofficieren weerhouden om vandaag te worden gehuldigd. Hun gedrevenheid en inzet voor het maritieme beroep alsook hun algemeen erkende professionele deskundigheid kunnen zeker als voorbeeld gesteld worden voor de huidige en toekomstige generaties van zeevarenden. Het Organiserend Comité wenst dit jaar een postume hulde te brengen aan wijlen kapitein ter zee stafbrevet-houder Michel Vanhaekendover. Veroorloof mij slechts een greep uit zijn indrukwekkend curriculum vitae te vermelden. Na zijn middelbare studies aan de Koninklijke Cadettenschool te Laken doorlopen te hebben vervoegt hij in 1968 de 108ste Promotie Alle Wapens van de Koninklijke Militaire School.
Zijn varende loopbaan gaat in 1973 van start aan boord van de mijnenvegers. Tussen 1976 en 1978 voert hij achtereenvolgens het bevel over de mijnenvegers Oudenaarde, Turnhout en Ougree. Tussen 1978 en 1979 volgt hij een specialiteitcursus aan de Operationele School te den Helder en aan de Verbindingsschool te Amsterdam. Als luitenant ter zee dient hij vervolgens als transmissie-offcier aan boord van het fregat Westhinder. Tijdens de periode 1980 -1986 is hij werkzaam op de Staf van de Marine te Brussel sectie transmissies om vervolgens stafofficier transmissies te worden van het toenmalige Operationeel Commando te Zeebrugge. Daaropvolgend voert hij het bevel over het 219de smaldeel ondiepwater mijnenvegers, waarna hij terug stafofficier wordt van het Operationeel Commando te Zeebrugge. Het is dan dat hij nauw betrokken is bij de planning en opvolging van de operatie Octopus in de Perzische Golf. Eind 1988 wordt hij hoofd van de sectie transmissies bij de Staf van de Marine en in 1991 is hij als hoofd van de Applicatieschool.te Brugge verantwoordelijk voor de professionele vorming van de officieren. Tijdens de periode 1992 1994 volgt hij de Hogere Krijgskundige Vorming aan de Defensieleergangen te Den Haag en de Hogere Stafcursus aan het Koninklijk Instituut voor Defensie te Laken. De volgende twee jaar voert fregatkapitein Vanhaekendover het bevel over het fregat Wandelaar waarmee hij onder meer deelneemt aan de embargo-operaties in de Adriatische Zee. Zijn volgende walfunctie voert hem naar het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie waar hij hoofd wordt van het departement Marine en militair hoogleraar. Ondertussen werd hij in december 1999 tot kapitein ter zee benoemd. Vanaf december 2000 is hij provinciecommandant van West-Vlaanderen en stafchef van de Marinecomponent. Met zijn overlijden op 6 november 2003 verliest onze Marine een zeer competent zeeofficier, een zeer gewaardeerde chef.
Het Organiserend Comité wenst heden ook een verdienstelijk zeeofficier postuum te huldigen namelijk officier scheepswerktuigkundige Camiel Desaever voor zijn merkwaardige maritieme loopbaan.,. Zijn maritieme loopbaan begint in de zeevisserij kort voor het de aanvang van de tweede wereldoorlog. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden vlucht hij naar Engeland en neemt er dienst in de Royal Navy. Daar krijgt hij de gelegenheid de cursus Marine Engineering te volgen en deze met succes te beëindigen waarop een onmiddellijke inscheping volgt. Vermeldenswaard als annecdote, is het feit dat hij in juni 1942 overgeplaatst wordt naar de mijnenveger MMS 191 die onder het bevel stond van luitenant Henry Ceulemans, gewezen officier aan boord van ons voormalig zeilschoolschip “Mercator”.. Na het afleggen van de nodige examens werd hij bevorderd en scheepte hij in als Chief Engineer aan boord van de mijnenveger MMS 43. Camiel Desaever verliet pas de Royal Navy tijdens de maand mei 1946. Na zijn terugkeer in België behaalde hij het brevet scheepswerktuigkundige; later zal hij eveneens met succes slagen voor de examens voor 2de en 1ste officier scheepswerktuigkundige. Na enkele jaren dienst gedaan te hebben bij de Antwerpse sleepdiensten keert hij voor een jaartje terug naar de zeevisserij. Vanaf oktober 1949 echter neemt hij dienst als officier scheepswerktuigkundige aan boord van de staatspakketboten op de lijn Oostende-Dover, wordt 1ste officier scheepswerktuigkundige en dit tot hij in 1982 op rust gaat. Camiel Desaever overleed te Oostende op 19 april 2002. Hij was voorzitter van de Oud-Wapenbroeders te Stene-Oostende en lid van de Koninklijk Verbroedering van de oudstrijders van de Royal Navy Belgian Section. Hij was drager van verschillende onderscheidingen zoals Ridder in de Orde van Leopold II, Atlantic Star, French and German Star, War Medal, Minsweeping Medal en het ereteken Clasp. Dit laatste werd uitgereikt voor drie jaar dienst op mijnenvegers of onderzeeërs. Een laudatio voor kapitein ter lange omvaart Leonard Doolaege is hier zeker op zijn plaats. Om gezondheidsredenen kan hij spijtig genoeg hier niet aanwezig zijn. Hij begon zijn nautische loopbaan werkelijk onderaan de ladder. In mei 1939 scheept hij namelijk in als leerling-matroos aan boord van ons voormalig zeilschoolschip Mercator met bestemming New York. Bij zijn terugkeer zal hij aanvankelijk monsteren als lichtmatroos en later als matroos en dit op verschillende schepen van de Belgische koopvaardijvloot. Door zelfstudie en scholing in de Technical College Maritime Section te Liverpool slaagt hij voor het brevet “second mate” het equivalent van het Belgische brevet 2de luitenant lange omvaart. Dat was het begin voor een inscheping als zeeofficier. Tijdens de ganse oorlogsperiode heeft Leonard Doolaege als officier gevaren aan boord van Belgische zeeschepen.. Het is pas na WO II dat hij de brevetten van luitenant en kapitein ter lange omvaart zal behalen. Vanaf 1948 vinden we kapitein Doolaege in Afrika, namelijk in onze voormalige kolonie. Hij neemt er dienst als “lieutenant de Marine” voor de vaart op de grote meren en de Kongolese stromen. Het is echter tijdens die periode dat zijn beroepsloopbaan een andere, een meer gespecialiseerde richting inslaat, hij wordt namelijk in 1950 aangeworven door de “Service des voies navigables” als adjunct-hydrograaf. Enkele jaren later zal hij bevorderd worden tot “hydrographe adjoint principal” en in 1957 tot “hydrographe”. Dat zijn inzet en professionaliteit naar waarde geschat werd blijkt wel uit zijn signalementblad voor het jaar 1958 dat “élite” aangeeft. Een jaar later werd hem het ereteken “Ridder in de Koninklijke Orde van de Leeuw” verleend. Met de onafhankelijkheid van Kongo wordt voor kapitein Doolaege zijn Afrika-periode definitief afgesloten. In juli 1960 keert hij terug naar België zonder betrekking, enkel met een soort “vergoeding-wachtgeld” van de Dienst van het Personeel van Afrika. Alhoewel hij reeds ingelijfd was in het Belgische Loodswezen en bezig was met zijn “proef-beloodsingen” werd hem door het “Comité pour la Coordination des Etudes sur le Bassin Inférieur du Mekong” onder de wimpel van de Verenigde Naties,een contract als hydrograaf aangeboden voor de duur van twee jaar. Met zeer veel genoegen is hij er op ingegaan. Het zal echter niet bij twee jaar blijven. Het is pas in 1977 dat er een einde gesteld werd aan zijn functie in het Comité. Zijn werk daar geleek veel op hetgeen hij gedaan had in Kongo, maar met een zeer groot verschil hij moest hier werkelijk van “nul” aanvangen. Zijn werkterrein was enorm groot: Cambodja, Laos, Thailand hetgeen ieder maal een nieuwe standplaats betekende: Phnom Penh, Vientiane,Bangkok. In 1976 werd hij nog Senior Hydrographer benoemd . Het jaar 1977 betekende niet het einde van zijn “aziatische periode”. In 1978 werd hem nog een post als Maritime Safety Expert aangeboden door de IMO (International Maritime Organization) in Malaysia met standplaats Kual Lumpur. Hij heeft daar nog gewerkt tot 1983. Kapitein Doolaeghe is auteur van verschillende belangrijke werken en ik citeer er slechts enkele zoals Astronomy for Hydrographers, Mesures des distances, Aids to navigation on the Mekong River, e.a.. Ik wens kapitein Doolaege nog het allerbeste toe. Sta mij toe tot slot allen te danken die door hun inbreng, financiële en andere, bijgedragen hebben tot het welslagen van deze plechtigheid en ik vermeld in het bijzonder: vice-admiraal Hellemans, kolonel De Kimpe, provinciecommandant van Antwerpen, burgemeester Janssens en ten laatste maar niet in het minst de leden van het Inrichtend Comité.
Ik dank U.
|


